Nieuws uit 't Gemini

Onderzoek brengt vaak lichamelijke oorzaak van slaapstoornissen aan het licht

Een nacht in het slaaplaboratorium van het Gemini Ziekenhuis

Het Gemini Ziekenhuis is – net als overigens het WFG en het MCA – een van de ruim zestig ziekenhuizen in ons land die uitgebreide ervaring hebben met de diagnose en behandeling van slaapapneu. Jaarlijks brengen zo'n 200 tot 250 patiënten minimaal één nacht in het Helderse slaaplaboratorium door om de oorzaken van hun in- of doorslaapstoornissen op te sporen. Verslaggeefster Marjolein Voorberg (s)liep een nachtje mee. 

Zo gezellig als thuis is de slaapkamer niet, maar hij is wel van alle gemakken voorzien. Er is een douche met toilet en boven het bed hangt een (gratis) televisie. En patiënten die dat willen, mogen zelfs van thuis hun ‘slaapmutsje’ meebrengen. Het is immers belangrijk zoveel mogelijk het eigen slaappatroon aan te houden in het slaaplaboratorium van het Gemini Ziekenhuis.

Ik moet echter wel met de kippen op stok. Rond half negen adviseert Dionne Mooij, medewerkster van de functieafdeling, me om me maar eens te gaan omkleden. Eenmaal in nachtkleding stap ik in bed, waar ik al snel word voorzien van alle noodzakelijke banden, draden en snoertjes. Op mijn borst krijg ik een kastje met het formaat van een fikse luciferdoos. Dat bevat een geheugenkaartje waarvanaf de volgende ochtend alle uitslagen kunnen worden gelezen. Dit voor het geval de computer naast mijn bed vannacht onverhoopt uitvalt.

Koud en glibberig

Samen met collega Jan Tielens, sinds 1 januari hoofd functieafdeling, controleert Dionne of alles juist is aangesloten: het ECG, de zuurstofsaturatie, de borst- en buikademhaling en de snurkmicrofoon, plus de apparatuur voor het meten van de flow (ademhaling), oogbewegingen, de spierspanning op de kin, de lichaamspositie en de eventuele periodic leg movements. “En dan ga ik nu nog even krassen op je hoofd”, zegt Guus Verblauw, stafmedewerker ontwikkelingen en technieken, en vijftien jaar geleden een van de initiatiefnemers van het Helderse slaaplaboratorium. Samen met Ewout Pruiksma en Angelina Adams vormen zij het vaste 'slaapteam'. Inderdaad voel ik onaangename krasjes, gevolgd door iets kouds en glibberigs tussen mijn haren. Het blijkt een combinatie van contactvloeistof en de lijm te zijn waarmee Guus de elektroden van de EEG op mijn hoofd vastzet. “Als jij vannacht gaat liggen woelen, moeten ze wel blijven zitten, zodat we je hersenactiviteit kunnen blijven volgen”, verklaart Guus. Ik vraag me af hoe ik in vredesnaam in slaap zou moeten vallen met al die snoeren en die kabeltjes. Tegelijkertijd realiseer ik me dat de patiënten van nu van geluk mogen spreken. Met de oude apparatuur lagen de ‘logés’ de hele nacht vastgekoppeld aan de apparatuur naast het bed en konden ze er niet uit om bijvoorbeeld even te plassen. Dankzij de nieuwe apparatuur, sinds afgelopen zomer in bezit van het Gemini Ziekenhuis, ben ik mobiel. De kamer verlaten mag ik echter niet. De signalen reiken niet zo ver en dat zou betekenen dat de registratie via de pc afbreekt.

Lijnen en grafieken

Als het team gecontroleerd heeft of alle functies op het beeldscherm worden vertaald in fraaie lijnen en grafieken, zit de taak van het team er bijna op. Dionne zet de videocamera aan zodat ze morgenochtend eventuele uitschieters in de grafieken kunnen relateren aan het gedrag van de patiënt op de videoband. “We adviseren de patiënt nog wat te gaan lezen of tv te kijken en het zich zo aangenaam mogelijk te maken”, vertelt Tielens. “Dan nemen we afscheid en dragen de patiënt over aan de verpleegkundigen van de afdeling neurologie. In jouw geval zouden we op het overdrachtformulier aangeven dat ze  niet naar binnen moeten gaan - het is niet de bedoeling dat je wakker wordt! - en dat je geen hulp nodig hebt. Als dat allemaal is gebeurd, gaan wij naar huis, want we doen dit naast een gewone dagdienst. De volgende ochtend om half acht koppelt een van ons de patiënt weer los en kan die naar huis of werk. De uitslagen worden vervolgens beoordeeld door longarts Schrijver en neuroloog Admiraal.”

Overgewicht

Het slaaplaboratorium van het Gemini is gevestigd op vier hoog, bij de verpleegafdeling neurologie en omvat twee slaapkamers. Twee avonden per week komen er twee patiënten slapen. Mocht de wachttijd voor dit onderzoek toenemen - momenteel zo'n zes tot acht weken - dan gaat het laboratorium een derde avond open. Guus Verblauw, destijds nog EEGlaborant, was een van de initiatiefnemers. “Vijftien, zestien jaar geleden kwam in de VS het slaaponderzoek op gang en verschenen de eerste ademhalingsondersteuningsapparaten. Ik zag dat ook wel zitten en Piet Rieswijk, toenmalig directeur van dit ziekenhuis, was bereid te investeren. Dat ze in de VS voorop liepen had te maken met het overgewicht dat daar toen veel meer voorkwam dan hier. Overgewicht is gerelateerd aan apneu en stoornissen in de slaap. Al moet je uitkijken met al te voorbarige conclusies. Ik hield een keer een praatje in Alkmaar over het slaaplab. Staat er een grote, dikke man op met een klein vrouwtje naast zich. Hij stelt een paar vragen en ik zeg in de beantwoording: U hebt er ook het postuur voor. Zegt hij: Maar het gaat om mijn vrouw!”

Hart- en vaatziekten

Jaarlijks brengen zo’n 200 tot 250 mensen een nacht in het Helderse slaaplab door. Het merendeel blijkt aan een ademhalingsgerelateerde slaapstoornis te lijden, met name apneu (zie kader). “De mensen die hier komen, lopen vaak jaren met allerlei onbestemde klachten rond”, vertelt Verblauw. “Meestal weten ze zelf niet dat ze slaap-apneus hebben, maar is het de partner die de oorzaak in ‘het snurken’ gaat zoeken. In het verleden werd daar vaak wat lacherig over gedaan, maar als snurken gepaard gaat met apneus, ademstilstanden dus, is het wel degelijk een serieus probleem. We weten nu dat apneus leiden tot intense vermoeidheid overdag, en vaak hoofdpijn, prikkelbaarheid of seksuele problemen met zich meebrengen. Ook onverklaarbare hoge bloeddruk en hartritmestoornissen kunnen eruit voorkomen. In die zin is het een risicofactor voor hart- en vaatziekten.” Jan Tielens: “Het is imponerend hoe moeilijk mensen het soms hebben tijdens zo'n apneu. Als je dat op de video ziet, krijg je het zelf al benauwd. Ze zwoegen om adem te halen. Tijdens zo’n ademstilstand zie je vaak ook de saturatie dramatisch zakken, soms van de normale 98 naar zeventig of zelfs wel zestig procent. Dat is zwaar voor het lichaam, met name voor het hart!”

CPAP

Is de diagnose ‘apneu’ gesteld, dan zijn verschillende therapieën mogelijk. De meest toegepaste is CPAP, wat staat voor continous positive airwaypressure. De patiënt doet voor het slapen gaan een masker op dat via een slang verbonden is aan een elektrische luchtpomp naast het bed. Deze geeft continu een beetje luchtdruk af, waardoor de luchtwegen open blijven en de apneus wegblijven. Verblauw: “De gebruikers voelen zich al binnen een paar dagen een ander mens. Sommigen kunnen er op den duur buiten. Die krijgen weer zoveel energie als ze goed slapen, dat ze gaan sporten, afvallen en van de klachten afkomen. De meesten die we kennen gaan echter zelfs niet zonder het apparaat op vakantie.” Patiënten die voor de CPAP in aanmerking komen, slapen kort na de diagnose een tweede nacht in het Gemini, zodat de  longarts kan bepalen hoe het apparaat moet worden ingesteld.

Een andere aanpak is somnoplastie (RFTA), een ingreep onder plaatselijke verdoving waarbij door het gebruik van radiofrequente golven weefselreductie aan het verhemelte ontstaat. Het weefsel wordt daardoor weer strakker, waardoor de patiënt minder snurkt. Ook wordt er wel eens chirurgisch ingegrepen. “Helaas hebben de zorgverzekeraars de somnoplastie-behandeling uit het vergoedingenpakket gehaald”, vertelt Verblauw. “We moeten daarom naar alternatieven zoeken. Zo’n andere mogelijkheid is een snurkbeugel, die in verschillende prijsklassen verkrijgbaar is.”

Slaaphygiëne

Bij de overgrote meerderheid van de mensen die een nachtje komen slapen, wordt een lichamelijke oorzaak voor de slaapproblemen gevonden. Toch gaan er ook wel eens mensen naar huis bij wie dat niet het geval is. “Sommigen hebben een verkeerd beeld van hun eigen slaapgedrag”, zegt Tielens. “Dan zeggen ze: ik doe geen oog dicht, ik zie alle uren van de nacht voorbijkomen! En dan zien wij in de computeranalyse dat zo iemand vijf, zes of soms wel zeven uren heeft geslapen, inclusief perioden van diepe slaap. Vaak is het al een hele geruststelling als ze dat horen. Liggen ze echt uren wakker, dan kunnen we soms wat adviezen voor een goede slaaphygiëne geven.”

Zelf ben ik gezegend met een goede slaap. Ik besluit daarom de rest van de nacht in mijn eigen bed door te brengen. Op weg naar huis zet ik de autoradio aan. Ik val net in de reclame voor het nieuws. “Echt slapen doe je pas op een nieuwe matras”, schalt het door de auto. 

Slaapapneu

Er zijn naar schatting in Nederland meer dan 1 miljoen ernstige snurkers. Slechts een beperkt deel daarvan heeft slaapapneu. Dat wil zeggen dat ze gedurende de slaap minimaal tien keer per uur ademhalingsstilstanden hebben die in duur kunnen variëren van een aantal seconden tot wel een minuut of langer. De patiënt heeft dit meestal zelf niet in de gaten en legt dan ook geen relatie met de intense vermoeidheid en de andere lichamelijke klachten die zich overdag manifesteren. Naar algemeen wordt aangenomen ligt het aantal apneu-patiënten in ons land ergens tussen de 45.000 en 60.000, waarvan ten minste 40.000 mannen. Eind 2004 werden 17.000 mensen met CPAP behandeld. Vermoedelijk lopen er dus nog veel patiënten met klachten rond zonder dat de juiste diagnose is gesteld. (Bron: Nederlandse Vereniging Slaapapneu Patiënten, www.nvsap.nl) 


Tags:GEMINI slaapapneu slaaplaboratorium slaapstoornissen Reageren Doorsturen Tweet dit bericht
Tekst: Marjolein Voorberg | 29.02.2008

Reacties ()



Reageer op dit artikel: